Het westen van Nederland bestaat voor een groot deel uit klei- en veengrond. Zo ook de omgeving van Delft. Deze klei- en veengronden klinken in door drainage en natuurlijke consolidatie (compactie). Veengronden werden ook nog eens afgegraven. Verder oxideren drooggelegde veengronden (een soort langzame verbranding). De bodem is daardoor in de loop van de tijd vele meters gedaald. Deze kaart toont de geschatte bodemdaling rondom Delft gedurende de laatste 1000 jaar (bron: www.bodemdalingkaart.nl/nl/).

Ook in de toekomst zal de bodem in en rondom Delft blijven dalen. Tussen 2001 en 2050 naar schatting van een paar centimeter tot vele decimeters (Atlas van de Leefomgeving).

Ook de jarenlange grondwateronttrekking door DSM heeft bodemdaling veroorzaakt, zie de Nieuwe Delftse Waterloop, grondwateronttrekking DSM. Gelukkig is die onttrekking nu vrijwel gestopt, en heeft geen invloed meer op de bodemdaling in en rondom Delft.
Het oude Delft werd op de kreekrug van de Gantel gebouwd. Maar al na een paar eeuwen moest Delft zich uitbreiden met bebouwing op minder stevige gronden, zoals klei en veen. Dat is goed te zien op dit kaartje met verleende stadsrechten over de jaren.

Door veenafgraving, bebouwing en drainage is het nieuwe, oostelijk deel van Delft daarom veel meer gezakt dan de oorspronkelijke bebouwing op de kreekrug. Dit zie je goed langs de Geerweg, het Rietveld en de Vlamingstraat. Daardoor kreeg dit deel van de stad steeds meer last van wateroverlast bij intense regenbuien. Om deze overlast te minimaliseren werd de “Afsluitbare Binnenstad” geïntroduceerd, zie Oude Delftse Waterloop stop 5 en 8.


