Oude Delftse Waterloop
Na 150 meter slaan we rechtsaf naar de Kolk en dan de Geerweg. Hier sta je bij de eerste stuw in de Kantoorgracht. Je ziet verder een blauwe peilschaal met witte cijfers met in rood het NAP niveau. In de twee metalen cilinders wordt het waterpeil voor en achter de klepstuw gemeten. Deze informatie wordt gebruikt om de stuw automatisch te openen of te sluiten.
Deze klepstuw is één van de acht stuwen waarmee het oostelijk deel van de Delftse binnenstad kan worden beschermd tegen wateroverlast. Dit deel van de stad ligt erg laag (zie Bodemdaling). Op sommige plaatsen ligt de kade maar zo’n 10 cm boven het grachtenpeil, zoals langs het Rietveld (stop 11) en Vlamingstraat (stop 12). Flinke regenbuien zorgden daar voor grote wateroverlast. Om deze overlast te minimaliseren werd de “Afsluitbare Binnenstad” geïntroduceerd. Deze aanpak bestaat uit acht bestuurbare waterkeringen die afhankelijk van de weersverwachting kunnen worden gesloten. Overtollig water wordt vervolgens met het Duyvelsgatgemaal (stop 8; stuw 2 in het kaartje hieronder) weggepompt naar het Rijn-Schiekanaal. En als er heel veel regen wordt voorspeld (meer dan 40 mm in 24 uur) wordt het waterpeil in de Afluistbare Binnenstad uit voorzorg met 20 cm verlaagd.
Zes zogenaamde klepstuwen zijn aangebracht in de Kantoorgracht (stuw 1 & 2), de Voldersgracht (stuw 5), de Oude Langedijk (stuw 6), het Oosteinde (stuw 7) en het Achterom (stuw 8). Aan het eind van het Rietveld (stuw 3) en de Vlamingstraat (stuw 4) is een schuifstuw aangebracht.

De acht stuwen waarmee een deel van de Delftse binnestad kan worden afgesloten bij hoog water.


