Oude Delftse Waterloop
Een stukje verderop zie je de Oude Kerk, bezoekersingang aan de HH Geestkerkhof. De Oude Kerk is lokaal bekend als de Oude Jan en zou stammen uit 1246. Dat was echter het jaar dat Delft stadsrechten verkreeg van Graaf Willem II. Waarschijnlijk al vanaf 1050 stond er een houten kerkje op deze plek. Deze werd in de loop der jaren uitgebreid, vernieuwd en uit steen opgetrokken. Dit ging ook door na 1246.
Zo werd de inmiddels scheefgezakte toren pas in 1350 afgerond. Verdere informatie over de Oude Kerk vind je bijvoorbeeld op deze Wikipedia pagina.
In 1570 werd de grootste klok van Nederland in de toren opgehangen, de 9000 kg zware Trinitasklok met een diameter van 2.3 m. Deze is lokaal bekend als de Bourbon. Als de klok geluid wordt, ontstaan zware trillingen in de toren. De torenconstructie kan dan beschadigen. Daarom wordt de klok nu alleen nog geluid bij heel speciale gelegenheden, zoals de bijzetting van een gestorven lid van de koninklijke familie in de Nieuwe Kerk. En daarom worden ook de trillingen in de toren voortdurend gemeten.
In de 19e eeuw was men bang dat de toren in zou storten. Daarom besloot de “Raad der Stad Delft” in 1843 dat de toren afgebroken moest worden. Lokale aannemers hebben dat gelukkig weten te voorkomen.
De kerk werd op de kreekrug gebouwd. Er was vervolgens echter geen plaats meer voor de toren. Daarom werd de inmiddels gegraven gracht “de Oude Delft” lokaal vernauwd en de toren gedeeltelijk op de plaatselijk gedempte gracht gebouwd. Die ondergrond had echter veel minder draagkracht dan het zand van de kreekrug, en de toren begon al tijdens de bouw te hellen. Men heeft toen het tweede deel van de toren weer recht omhoog gebouwd. Daarom zie je een knik in de toren. De toren staat nu bijna twee meter uit het lood.
De toren (en de hele kerk) is overigens op ‘staal gebouwd‘: de fundering bestaat uit een brede gemetselde voet. Het is een fabeltje dat de toren op koeienhuiden is gefundeerd. Overigens is de hele oude binnenstad op staal gebouwd. Daarom kent Delft niet de funderingsproblemen die bijvoorbeeld in Gouda, Dordrecht en Amsterdam spelen, waar houten palen werden gebruikt.
Echter, de bakstenen toentertijd waren niet van erg hoge kwaliteit. Ze waren zelfs behoorlijk poreus. Daarom hebben veel oude huizen in Delft problemen met optrekkend vocht langs hun muren.


