Oude Delftse Waterloop
We lopen naar het einde van de Geerweg, naar het gemaal en de stuw. Ook hier is een klepstuw aangebracht om de stad tegen hoogwater op het Rijn-Schiekanaal te beschermen (zie ook stop 5). Hier is ook een gemaal gebouwd, het Duyvelsgatgemaal. Het grootste deel van dat gemaal ligt onder het wegdek van het Oostplantsoen. Daarom zie je alleen het rooster om grof drijvend en zwevend afval te verwijderen. Met dit gemaal kan het waterniveau in de afgesloten binnenstad met wel 17 cm verlaagd worden. Het gemaal heeft een capaciteit van 85 m3/minuut.
De naam Duyvelsgat verwijst naar de vroegere molen op de stadswal, aan het einde van de Geerweg. Die stond er al in 1445 en diende voor de waterverversing in de stadsgrachten, met name voor de bierbrouwers. Normaliter werden de grachten doorgespoeld met water dat vanuit de Vliet (Rijn-Schiekanaal) zuidwaarts naar de Schie stroomt. Als er te weinig circulatie was, kon water uit de Nootdorpse Vaart worden ingenomen met behulp van de Duyvelsgatmolen. Dan werd de stroming lokaal echter erg sterk, een groot probleem voor de scheepvaart. Vandaar de naam Duyvelsgat.


